0616774550 info@123bpm.nl

Opgelet met reparaties!

“Het Nederlandse systeem van autobelastingen behoort tot de meest complexe ter wereld. De jaarlijkse veranderingen in dit complexe systeem zijn voor de Belastingdienst inmiddels bijna niet uitvoerbaar meer.”

Aldus de Staatssecretaris van Financiën, Eric Wiebes, in zijn brief van 16 september 2014 aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, AFP/2014/780.

De wijziging van het Kaderbesluit BPM op 25-06-2015 is een voorbeeld van zo’n complexe en onuitvoerbare regeling. De wijziging beoogt een gelijk speelveld te creëren tussen artikel 8-vergunninghouders en reguliere importeurs, maar in feite wordt de vergunninghoudersregeling strenger gereguleerd en is deze nu praktisch onuitvoerbaar geworden.

Van oudsher werd een onderscheid gemaakt tussen vergunninghouders en reguliere importeurs, waardoor de vergunninghouders veel minder BPM betaalde. Door de wetswijziging is dit onderscheid verdwenen. Tegelijkertijd is er een probleem bijgekomen voor vergunninghouders.

Vanaf 2004 wordt de BPM bij vergunninghouders berekend door het forfaitaire afschrijvingspercentage in mindering te brengen op de herrekende Bruto BPM (dat is het BPM-bedrag dat in het kentekenregister genoemd staat). Op die manier ontstaat een extra korting, als een periode van tijd is gelegen tussen het moment waarop de melding is gedaan en de auto wordt tenaamgesteld. In de wetswijziging wordt opgemerkt dat in zo’n geval sprake kan zijn van een waardedaling van een auto, die een extra korting op de BPM rechtvaardigt. Reguliere aangevers mogen nu ook gebruik maken van deze extra korting, mits aan een voorwaarde wordt voldaan.

De voorwaarde luidt dat de auto in ongewijzigde staat blijft. Als de melding/aangifte is gedaan met behulp van een taxatierapport of koerslijst, dan heeft de aangever slechts recht op de extra leeftijdskorting als de auto in dezelfde staat blijft, zoals deze is opgenomen in het taxatierapport of de koerslijst. Dit betekent dat aangevers (zowel vergunninghouders al reguliere aangevers) geen reparatiewerkzaamheden kunnen verrichten, anders komen zij niet in aanmerking voor de extra korting.

Vergunninghouders die de extra leeftijdskorting toepassen in hun maandelijkse aangifte moeten in het bijzonder opletten dat geen reparaties worden verricht tussen het moment van melding en tenaamstelling, anders bestaat de kans op een naheffingsaanslag.

Opvallend aan de wetswijziging is dat gesproken wordt over ‘een praktische wijze van vaststelling van de waardevermindering van een auto tussen het tijdstip van aangifte/melding en het belastbare feit’. De wetgever miskent hiermee dat de extra leeftijdskorting niets te maken heeft met de tussentijdse waardedaling van de auto. Waar het om gaat, is dat in de tussentijd de in de auto rustende BPM afschrijft op basis van de tabel, welk nadeel zichtbaar wordt bij een verzoek om teruggaaf van BPM bij export.

Een vergunninghouder kan de extra korting toepassen bij de maandaangifte. Een reguliere aangever zal bezwaar moeten indienen tegen de betaling op aangifte, om in aanmerking te komen voor de extra leeftijdskorting. 123BPM.NL is u hierbij graag van dienst.