085 130 58 21 info@123bpm.nl

Dienst Domeinen en evenredigheid

ECLI:NL:HR:2020:318 en ECLI:NL:HR:2020:317

Hertaxaties van staatswege

Als de inkoopwaarde van een auto wordt getaxeerd voor de vaststelling van de verschuldigde BPM, dan ontstaan dikwijls discussies. Met name over de aard en omvang van de opgevoerde schade en de invloed daarvan op de inkoopwaarde.

Van oudsher staat de Belastingdienst het middel van de hertaxatie ter beschikking om het bij aangifte overgelegde taxatierapport op deze punten te doen controleren. Vroeger werden deze hertaxaties verricht door onafhankelijke taxatiebureaus. Maar omdat de opdrachten hiertoe niet openbaar waren aanbesteed, en andere taxatiebureaus (die geen opdrachten kregen) begonnen te morren, werd besloten de hertaxaties in ‘eigen beheer’ uit te voeren.

Daarom worden sinds 2014 de hertaxaties verricht door de Dienst Domeinen Roerende Zaken (onderdeel van het Ministerie van Financiën). Als de belastingplichtige daartoe wordt opgeroepen, moet hij de auto tonen bij een van de locaties van de Dienst Domeinen. Dat is een kenmerkend verschil van de situatie daarvoor, waarbij de belastingplichtige een bezoek aan huis kreeg.

Weerstand uit de markt en no-shows

Met name de plicht om een auto naar de Dienst Domeinen te brengen voor een hertaxatie stuit op veel weerstand uit de markt. De auto is tenslotte al bij de RDW getoond met het oog op de aanvraag voor de afgifte van het kentekenbewijs. Om de auto daarna nogmaals op sleeptouw te nemen naar de Dienst Domeinen, wordt als onevenredige zware werkbelasting ervaren. Dit geldt te meer, nu de belastingplichtige verplicht is de auto middels een autoambulance of oplegger te transporteren. Als de auto schade heeft kan hiermee immers niet worden deelgenomen aan het verkeer. Bovendien is het niet toegestaan met handelaarskentekenplaten te rijden. De groene platen mogen slechts voor specifieke doeleinden worden gebruikt, en het tonen van een auto voor een hertaxatie valt daar niet onder. Kortom: de belastingplichtige moet aanzienlijke kosten maken voor een hertaxatie en het kost ook nog eens veel tijd. Om deze redenen weigeren veel aangevers de auto te tonen. Deze weigeraars krijgen dan het stempel ‘no-show’ en in het verlengde daarvan een naheffingsaanslag. Meestal wordt bij het opleggen van zo’n naheffingsaanslag dan geen rekening gehouden met enige waardevermindering vanwege schade.

Toetsingskader in de feitenrechtspraak

In de feitenrechtspraak is een algemeen toetsingskader ontwikkeld voor dergelijke procedures:

  • Op de belastingplichtige rust de last te bewijzen dat een auto beschadigd is en de waarde neerwaarts moeten worden bijgesteld ten opzichte van de koerslijstwaarde, waarvan geacht wordt dat deze al rekening houdt met normale gebruikssporen inherent aan leeftijd en kilometerstand;
  • Ook andere waardeverminderende factoren dan schade, waarvan aannemelijk is gemaakt dat de koerslijst hier geen rekening mee houdt, mogen in mindering worden gebracht;
  • Op de inspecteur rust vervolgens de last om de gestelde waardeverminderingen gemotiveerd te betwisten;
  • De toonplicht (het instrument dat de inspecteur gebruikt voor zijn betwisting) komt, ofschoon het aanzienlijke kosten met zich brengt, niet in strijd met het Europese recht en komt in beginsel ook niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel of andere algemene beginselen van behoorlijk bestuur;
  • Het niet-tonen van een auto bij de Dienst Domeinen betekent echter niet dat er geen sprake is van waardeverminderingen en evenmin leidt het niet-tonen tot een verzwaring van belanghebbendes bewijslast;
  • Maar hierdoor worden wel minder stringente eisen gesteld aan de betwisting door de inspecteur van de opgevoerde waardeverminderende factoren, omdat hij door het niet-tonen op achterstand is gesteld.

In de onderhavige arresten bevestigt de Hoge Raad dit toetsingskader. De Hoge Raad overweegt in dit verband expliciet dat het Hof, anders dan de inspecteur voorstond, de op de belastingplichtige rustende bewijslast niet heeft verzwaard en dat er geen gronden zijn om aan het niet voldoen aan de toonplicht het gevolg te verbinden dat de belastingplichtige niet wordt toegelaten tot het leveren van bewijs van feiten en omstandigheden die aanleiding geven voor een vermindering of de op die belastingplichtige rustende bewijslast te verzwaren.

Controlebevoegdheid en de toekomst

In rechtsoverweging 3.2.2 (18/02853) overweegt de Hoge Raad dat het Unierecht in zijn algemeenheid toelaat dat een belastingcontrole ter handhaving van de wettelijke bepalingen van een nationale belasting ook voor de belastingplichtige kosten meebrengt, en dit pas anders zou zijn als het voor de belastingplichtige daardoor onmogelijk of uiterst moeilijk is om zijn uit het Unierecht voortvloeiende rechten uit te oefenen. Deze overweging is mogelijk relevant in het kader van de toekomstige plannen van de voormalige Staatssecretaris Snel om de kosten van de hertaxatie in rekening te brengen bij de Belastingplichtige.[1] Er bestaat natuurlijk wel een verschil tussen het maken van kosten in het kader van een hertaxatie en het doorberekenen van de kosten van de hertaxatie aan de Belastingplichtige. Over dit onderwerp is het laatste nog niet geschreven.


[1] Kamerbrief over de oplossingsrichting voor knelpunten bij de import van gebruikte voertuigen van 3 december 2019, 2019-0000203918.